In de rij staan, staren in mijn mandje. Ik weet niet waarom ik het doe, maar iets beters heb ik nooit kunnen verzinnen. In mijn hoofd ben ik aan het koken en kijk of er geen ingrediënten missen. Tomaten ontvellend, knokloof pellend schuifel ik door het gangpad richting de kassa. Eigenlijk heb ik de verkeerde tomaten, maar dat doet er niet toe. De pan water staat op, waarin gele cirkels olijfolie langzaam in elkaar overvloeien.
Terwijl ik rustig uitjes sta te snipperen stapt er ineens vanuit het niets een kleine dikke gedrongen dame voor me in de rij. Van schrik snijd ik in mijn vinger. Ze kijkt tevreden om zich heen en denkt dat ze er mee weg is gekomen. Ik doe een stap opzij en onze blikken ontmoeten elkaar. Mijn god, wat is ze lelijk. Ik werp haar mijn meest verachtelijke blik toe. Uiteraard liever een blik tomatenpuree, maar die heb ik nog nodig.
De bostrol houdt haar mandje triomfantelijk omhoog en piept:' Ik heb toch maar een paar dingen '. Ze liegt niet. Twee Bossche bollen, een fles cola, een familiezak chips en dat vreselijke blad Happinez. Ik heb geleerd dat je medelijden moet hebben met dat soort mensen, MAAR NIET IN MIJN RIJ! "Bovendien heb ik wel iets beters te doen dan in de rij te gaan staan", voegt ze eraan toe. Ik betwijfel het. In gedachten bak ik haar rul en voeg de groenten en tomatenpuree toe. Even doorroeren nog en dan heb mijn handen vrij om dat mens te wurgen.
"DEZE MEVROUW DENKT DAT ZE BETER IS DAN IEDEREEN EN DAAROM NIET ACHTER IN DE RIJ AAN HOEFT TE SLUITEN. IK BEN BENIEUWD WAT DE REST VAN DE MENSEN IN DE RIJ DAARVAN VINDEN!", bulder ik door de winkel. Crowdsourcing blijkt het juiste effect te sorteren. De menigte achter me wordt ruw wakker geschud. Ik weet niet wat zij aan het denkbeeldig-koken waren, maar ook zij ervaren de interruptie als zeer hinderlijk. Zelfs de caissière wordt nu wakker. Het bliepen stopt. "ROT OP VIEZE DIKKE SNOL", klinkt het vanuit de verte bij de broodafdeling. Zo lang kan een rij zijn.
Alle ogen zijn nu gericht op het voordringwijf. Ze heeft de boodschap kennelijk begrepen, grabbelt verdwaasd in haar mandje, stamelt dat ze iets vergeten is en hobbelt de rij uit. De rust keert weder en het bliepen hervat.
Ik ga terug naar de keuken die heerlijk ruikt naar knokloof. Nog even de spaghetti in de pan en ik kan afrekenen. Dankzij alle commotie heb ik per ongeluk veel teveel verse basilicum toegevoegd aan de saus, die vrolijk staat te pruttelen in mijn hoofd. Achteraf een geluk bij een ongeluk en nu het geheim achter mijn fameuze spaghetti bolognese. Een glaasje rood erbij. Heerlijk!
Posts tonen met het label Fictie. Alle posts tonen
Posts tonen met het label Fictie. Alle posts tonen
Roofdieren
De lavendel bloeit en geurt heerlijk. Een hommeltje danst er omheen. Tevreden zit ik op het balkon, met een kop schuimende cappuccino, te genieten van het resultaat van een voorjaar hard werken.
Algen verwijderd, bistrosetje gebeitst, plantjes opgekweekt en uitgezet. Alles is zoals het moet zijn en dit is het eerste weekend dat ik tijd heb om van het resultaat te genieten. Vergeleken met de balkons van de buren is die van mij een paradijsje.
Ik hel naar voren en pluk wat verkleurde blaadjes uit mijn trendy olijfboompje. Om het stammetje gekruld, in het kleine beetje schaduw van het boompje, ligt mijn kat te doen waar katten het best in zijn; Niets.
Goed voorbeeld doet volgen: ik zak onderuit en sluit mijn ogen. Met mijn gezicht in de zon waan ik me in de Provence.
Gerikketik op de balustrade haalt me uit mijn roes. Een vlaamse gaai tippelt behoedzaam richting de blauwe bes, die ik vorige maand bij het tuincentrum heb gehaald. Boordevol anti-oxidanten stond er op het kaartje. Impulsaankoop, maar modieus en gelukkig misstaat hij niet tussen de rest van mijn planten.
De felblauwe veren van de gaai lichten op en schitteren in de zon, terwijl hij zijn doel nadert. Ik verroer me niet en zie hoe hij met uiterste precisie de rijpe volle paarsblauwe bessen van het struikje pikt. Als hij de laatste bes heeft verorberd vliegt hij ervandoor, boordevol anti-oxidanten. Gezonde vogel.
Het wegvliegen van de vogel lijkt te hebben gefunctioneerd als wekker. Poes komt in beweging, gaapt, rekt zich uit en scherpt haar nagels uitgebreid aan het olijfboompje. Dan gaat ze haar ronde doen. De diepe krassen die ze achterlaat verklaren ineens de bruine blaadjes.
Ze loopt langs de kruidenplantjes, snuffelt aan de tijm en schurkt langs de oregano om wat restjes wintervacht kwijt te raken. Ze negeert het koolwitje dat rond haar kop dartelt volkomen. Pluizige vlokjes haar dalen zachtjes neer op de kruidenplantjes. Die gaan dus niet meer door het eten.
Voor ze naar het balkon van de buren verdwijnt neemt ze een paar happen bieslook. Tien minuten later en drie balkons verder hoor ik hoe ze een haarbal probeert kwijt te raken. Bij de buren, zo netjes is ze wel. Spinnend keert ze bij me terug, springt op schoot en gaat languit liggen op mijn benen. Ze schaamt zich duidelijk niet dat ze de bessendief zijn gang heeft laten gaan.
Ik vraag me af of ze het van mij heeft, mij maakt het ook niet veel uit. Samen kijken we hoe een merel neerstrijkt op de bak met hangaardbeien.
Poes spitst haar oren, maar daar blijft het bij. Terwijl de merel geniet van het feestmaal kriebel ik mijn roofdier.
Aardbei na aardbei verdwijnt. Ik sla het rustig gade en zoek naar oplossingen. Netten of zilverpapier gebruiken zou lelijk zijn op een balkonnetje, besluit ik, en neem afscheid van mijn ambitie als balkonteler. Volgend jaar hanggeraniums, bloemen en wat vaker naar de markt voor vers fruit en kruiden.
Dit bericht verscheen eerder op http://www.vbowonenenzo.nl/content.asp?id=591
Algen verwijderd, bistrosetje gebeitst, plantjes opgekweekt en uitgezet. Alles is zoals het moet zijn en dit is het eerste weekend dat ik tijd heb om van het resultaat te genieten. Vergeleken met de balkons van de buren is die van mij een paradijsje.
Ik hel naar voren en pluk wat verkleurde blaadjes uit mijn trendy olijfboompje. Om het stammetje gekruld, in het kleine beetje schaduw van het boompje, ligt mijn kat te doen waar katten het best in zijn; Niets.
Goed voorbeeld doet volgen: ik zak onderuit en sluit mijn ogen. Met mijn gezicht in de zon waan ik me in de Provence.
Gerikketik op de balustrade haalt me uit mijn roes. Een vlaamse gaai tippelt behoedzaam richting de blauwe bes, die ik vorige maand bij het tuincentrum heb gehaald. Boordevol anti-oxidanten stond er op het kaartje. Impulsaankoop, maar modieus en gelukkig misstaat hij niet tussen de rest van mijn planten.
De felblauwe veren van de gaai lichten op en schitteren in de zon, terwijl hij zijn doel nadert. Ik verroer me niet en zie hoe hij met uiterste precisie de rijpe volle paarsblauwe bessen van het struikje pikt. Als hij de laatste bes heeft verorberd vliegt hij ervandoor, boordevol anti-oxidanten. Gezonde vogel.
Het wegvliegen van de vogel lijkt te hebben gefunctioneerd als wekker. Poes komt in beweging, gaapt, rekt zich uit en scherpt haar nagels uitgebreid aan het olijfboompje. Dan gaat ze haar ronde doen. De diepe krassen die ze achterlaat verklaren ineens de bruine blaadjes.
Ze loopt langs de kruidenplantjes, snuffelt aan de tijm en schurkt langs de oregano om wat restjes wintervacht kwijt te raken. Ze negeert het koolwitje dat rond haar kop dartelt volkomen. Pluizige vlokjes haar dalen zachtjes neer op de kruidenplantjes. Die gaan dus niet meer door het eten.
Voor ze naar het balkon van de buren verdwijnt neemt ze een paar happen bieslook. Tien minuten later en drie balkons verder hoor ik hoe ze een haarbal probeert kwijt te raken. Bij de buren, zo netjes is ze wel. Spinnend keert ze bij me terug, springt op schoot en gaat languit liggen op mijn benen. Ze schaamt zich duidelijk niet dat ze de bessendief zijn gang heeft laten gaan.
Ik vraag me af of ze het van mij heeft, mij maakt het ook niet veel uit. Samen kijken we hoe een merel neerstrijkt op de bak met hangaardbeien.
Poes spitst haar oren, maar daar blijft het bij. Terwijl de merel geniet van het feestmaal kriebel ik mijn roofdier.
Aardbei na aardbei verdwijnt. Ik sla het rustig gade en zoek naar oplossingen. Netten of zilverpapier gebruiken zou lelijk zijn op een balkonnetje, besluit ik, en neem afscheid van mijn ambitie als balkonteler. Volgend jaar hanggeraniums, bloemen en wat vaker naar de markt voor vers fruit en kruiden.
Dit bericht verscheen eerder op http://www.vbowonenenzo.nl/content.asp?id=591
Wilders. Slachtoffer van de Islam.
Lang ben ik tegen de ideeën van Geert Wilders geweest, maar ik voel me nu genoodzaakt mijn ongelijk toe te geven. De Islamisering van Nederland neemt zorgwekkende vormen aan. Zelfs Henk en Ingrid worden nu al de dupe van deze verderfelijke ideologie. Het is een sluipende ziekte die steeds meer houvast vindt in dit land op bijna alle denkbare vlakken. 'Waar je mee omgaat raak je mee besmet' is een waarheid als een koe. De Islamitische intolerantie begint nu al zelfs gestalte te krijgen in de hoofden van autochtone Nederlanders en moet gestopt worden. Helaas vrees ik dat Geert Wilders zelf als eerste ten prooi is gevallen.
Tien jaar geleden was het nog ondenkbaar. Een cartoonrel in Nederland. Toch is het nu zover. Waar we eens nog de schouders konden ophalen over wat er op De Joop stond ,is nu een rel ontstaan van extreme proporties. De cartoonist Soeterbroek haalde het in zijn hoofd de Profeet af te beelden met een schaar in zijn borst. Schandalig. De Profeet zelf was ook niet amused en gaat de VARA hard aanpakken, misschien zelfs wel een VARA vlag verbranden. Op Twitter verscheen reeds een Fatwa. Ook onder zijn volgelingen heerst hetzelfde gevoel. Ze voelen zich gekrenkt en beledigd. Respect moet er zijn voor de Profeet en de religie van de PVV. Ze voelen zich aangetast in hun vrijheid van Godsdienst en een aanklacht bij Meldpunt Discriminatie Internet zal weldra volgen. Die nare Kafirs van De Joop zijn de duivel en moeten branden in de hel.
Waar ik voorheen dacht dat het gedachtegoed van Wilders gewoon een onschuldige Ideologie was, blijkt het nu een religie te zijn geworden. Door de cartoonrel werd het ineens duidelijk. Zijn aanhangers zien in hem de Profeet. Hij is degene die ze naar het Beloofde Nederland zal leiden. Zijn manifest, zijn partijprogramma, zijn Goddelijke openbaring, toont de weg naar de hemel op aarde. Zijn boodschap is helder: Volg mij en verdrijf de religieuze tegenstander en ongelovige.
Alles wordt nu helder. De aversie van de PVV tegen een multicultureel Europa is niet meer dan logisch; Europa zal een Oranje-Wit-Blauwe vlag krijgen, anders niets. Scholen mogen niets anders uitdragen dan strikt Nederlands gedachtegoed. Het koningshuis moet plaats maken voor het kalifaat van Geert. Linkse vrije denkers zijn ketters, een gevaar voor de samenleving en moeten berecht worden. Kunst en boeken komen op een zwarte lijst. Henk en Ingrid, die al zo lang in armoede hebben moeten leven, worden de uitverkorenen, zijn discipelen. Vijfmaal per dag zullen ze bidden richting Venlo.
Geert zelf zal in een bunker blijven wonen met bewaking, bang voor aanslagen. Af en toe zal hij verschijnen voor de staatstelevisie, die hij nu al aan het ontdoen is van alles wat hij niet Koosjer acht. Andersdenkenden zullen vluchten, na een ultimatum, waarna de grenzen onverbiddelijk dicht zullen gaan. Het manifest van de PVV zal heilig worden verklaard. Onveranderlijk waar. Geen ruimte voor interpretatie of discussie zal er zijn. Zijn woord, zijn gebod.
Terwijl ik dit schrijf voel ik me ook al veranderen. Ik ben ook besmet geraakt denk ik. Kwart over twee nu. Een beetje licht in mijn hoofd. Nog drie kwartier tot het volgende gebed.
Geert-U-Akbar!
Tien jaar geleden was het nog ondenkbaar. Een cartoonrel in Nederland. Toch is het nu zover. Waar we eens nog de schouders konden ophalen over wat er op De Joop stond ,is nu een rel ontstaan van extreme proporties. De cartoonist Soeterbroek haalde het in zijn hoofd de Profeet af te beelden met een schaar in zijn borst. Schandalig. De Profeet zelf was ook niet amused en gaat de VARA hard aanpakken, misschien zelfs wel een VARA vlag verbranden. Op Twitter verscheen reeds een Fatwa. Ook onder zijn volgelingen heerst hetzelfde gevoel. Ze voelen zich gekrenkt en beledigd. Respect moet er zijn voor de Profeet en de religie van de PVV. Ze voelen zich aangetast in hun vrijheid van Godsdienst en een aanklacht bij Meldpunt Discriminatie Internet zal weldra volgen. Die nare Kafirs van De Joop zijn de duivel en moeten branden in de hel.
Waar ik voorheen dacht dat het gedachtegoed van Wilders gewoon een onschuldige Ideologie was, blijkt het nu een religie te zijn geworden. Door de cartoonrel werd het ineens duidelijk. Zijn aanhangers zien in hem de Profeet. Hij is degene die ze naar het Beloofde Nederland zal leiden. Zijn manifest, zijn partijprogramma, zijn Goddelijke openbaring, toont de weg naar de hemel op aarde. Zijn boodschap is helder: Volg mij en verdrijf de religieuze tegenstander en ongelovige.
Alles wordt nu helder. De aversie van de PVV tegen een multicultureel Europa is niet meer dan logisch; Europa zal een Oranje-Wit-Blauwe vlag krijgen, anders niets. Scholen mogen niets anders uitdragen dan strikt Nederlands gedachtegoed. Het koningshuis moet plaats maken voor het kalifaat van Geert. Linkse vrije denkers zijn ketters, een gevaar voor de samenleving en moeten berecht worden. Kunst en boeken komen op een zwarte lijst. Henk en Ingrid, die al zo lang in armoede hebben moeten leven, worden de uitverkorenen, zijn discipelen. Vijfmaal per dag zullen ze bidden richting Venlo.
Geert zelf zal in een bunker blijven wonen met bewaking, bang voor aanslagen. Af en toe zal hij verschijnen voor de staatstelevisie, die hij nu al aan het ontdoen is van alles wat hij niet Koosjer acht. Andersdenkenden zullen vluchten, na een ultimatum, waarna de grenzen onverbiddelijk dicht zullen gaan. Het manifest van de PVV zal heilig worden verklaard. Onveranderlijk waar. Geen ruimte voor interpretatie of discussie zal er zijn. Zijn woord, zijn gebod.
Terwijl ik dit schrijf voel ik me ook al veranderen. Ik ben ook besmet geraakt denk ik. Kwart over twee nu. Een beetje licht in mijn hoofd. Nog drie kwartier tot het volgende gebed.
Geert-U-Akbar!
Hannah en Greet
De zon ging bijna onder en de lucht kleurde feloranje boven de Agora. Twee vrouwen bewogen zich langzaam voort tussen de zuilenrij. Het was een moment van rust in een normaal roerige stad. Terwijl de burgers door het naderende donker naar huis werden geroepen zochten zij elkaar hier dagelijks op om van gedachten te wisselen. Greet was een knappe vrouw met witblond haar en Hannah viel op door haar zwarte lokken en doordringende donkere ogen.
Het beloofde een heftige avond worden. Greet had zich hevig verzet tegen een groter wordende groep nieuwkomers in de stad, die zich her en der in kleine hechte gemeenschappen hadden gevestigd. De kritiek van Greet werd door velen geridiculiseerd, slechts een kleine groep gaf haar gelijk. Over het algemeen zag men de nieuwkomers als een goede aanvulling op de beroepsbevolking en zolang ze zich maar niet teveel met alles bemoeiden konden ze rustig blijven.
Greet: Zeg mij waarom jij geen problemen hebt met deze nieuwe groep andersdenkenden in de stad. Het zijn harde werkers, maar houden zich heimelijk op in hun tenten en spreken openlijk hun walging uit over onze gebruiken en levenswijze. Het beste zou zijn dat ze allemaal vertrekken.
Hannah: Hun afkeuring is inderdaad een groot probleem, maar ik ben overtuigd van de Rede en geloof dat er een mogelijkheid moet zijn om met hen samen te kunnen leven.
Greet: Dat klinkt werkelijk absurd! Ze zijn niet voor rede vatbaar. Zij staan voor alles wat wij niet zijn, spuwen op onze straten en onteren onze principes!
Hannah: Toegegeven, het spuwen is een vulgaire gewoonte van primitieve woestijnbewoners. Toch moet je toegeven dat ook onder hun donkere rokken mensen schuilen. Jij staat net zo afkeurend ten opzichte van hen; Dat ze zich terugtrekken is niet meer dan logisch, wij doen hetzelfde. In het sociale leven hoort soort bij soort te zijn. Zo is de natuur der dingen en dat vindt men over het algemeen het prettigste. Wij gelijkdenkenden zoeken elkaar hier toch immers ook op. Je kan mensen niet forceren elkaar te respecteren of als gelijken te zien.
Greet: Ik kan het niet geloven. Jij neemt het op voor de gelukszoekers! Wat kunnen deze ongeletterden nu bijdragen aan onze maatschappij. De taal zijn ze nauwelijks machtig. Het wordt een grote puinhoop!
Hannah: Rustig. Je verwart twee begrippen. De ongeletterden en laag opgeleiden in deze stad hebben altijd al het werk gedaan. Werkenden "maken" slechts en bewijzen ons een dienst door ons taken uit handen te nemen. De echte arbeid wordt immers verricht door de geschoolden. Wij creëren. Wij scheppen. Wij zijn zelfs in staat om hun tentenkampen te vervangen voor mooie gebouwen. We zouden zelfs gebedshuizen voor hen op kunnen richten. Dan zou ook jij je niet langer ergeren aan de aanblik van de armoedige kampen.
Greet: Je bent scherp. Ik moet er inderdaad niet aan denken mijn tijd aan het huishouden te moeten besteden. Toch vind ik de suggestie dat we haatpaleizen neer gaan zetten, waar moord en doodslag wordt gepredikt tegen ons, volstrekt absurd!
Hannah: Hier was ik me niet van bewust, ik heb me nooit in hun religie verdiept. Maar zeker is dat er voor haat en geweld geen plaats is in de samenleving. Hier heerst de rede en in dat licht moet ik zeggen dat ik overhaast ben geweest over de gebedshuizen. Indien ze hun God willen aanbidden zullen ze dat thuis moeten doen. Binnen de eigen muren, in de privésfeer, mag men doen wat men wil.
Greet: Je bent te goed voor deze mensen. Jaloers zullen ze zijn op onze tempels en ze willen afbreken. Je predikt gelijkheid en toch weer niet. Je spreekt met gespleten tong.
Hannah: Nee zeker niet, maar blijkbaar is mijn boodschap je ontgaan. Voor haat is geen plek in onze samenleving. Onze religie en gebruiken prediken geen haat en vormen geen bedreiging voor de openbare orde. De vreedzame samenleving staat altijd voorop. Als hun geloof daarmee in strijd is, verdient het geen plaats en zijn we gedwongen om onderscheid te maken. Desalniettemin moeten wij altijd blijven waken hoe discriminatie beperkt kan blijven binnen de sociale sfeer waar zij legitiem is.
Greet: Verwarrend. Als ik het goed begrijp vind je het legitiem dat iemand, die zichzelf onderscheidt van de samenleving op grond van geloof of gebruiken, bepaalde rechten mag worden ontnomen als deze indruisen tegen onze normen en waarden?
Hannah: Juist! Ditmaal heb je bewezen een uitstekende toehoorder te zijn. In het openbare leven is discriminatie de norm en is iedereen anders. Burgers hebben zich te schikken naar de normen, waarden en wetten van de maatschappij en van hun baas. Alleen binnen de exclusiviteit van de privé-sfeer en hier op de Agora is plaats voor absolute vrijheid. Hier vindt het echte handelen plaats en dit mag niet beperkt worden. Hier bedrijven we de politiek en bestrijden elkaar geweldloos. Hier is iedereen gelijk.
Greet: Als je bedoelt dat ook de nieuwkomers deze sacrale plaats mogen komen bezoedelen met hun haat, ben je knettergek geworden! Ze zullen zeggen onderdrukt te worden en eisen gaan stellen. Ze zullen pogen ons politieke systeem om te buigen naar de hunne!
Hannah: Proberen een ander te overtuigen door de Rede is het goed recht van ieder mens. Onze wetten zijn helder. Bovendien zal het wel een tijd duren voor we ze hier mogen verwelkomen. Onderdrukte minderheden zijn immers nooit de beste beoordelaars en redenaars. Voor ze onze principes hebben doorgrond betwijfel ik of ze in staat zullen zijn om een pientere redenaar met een heldere geest te kunnen overtuigen van hun gelijk. Ze hebben nog heel wat in te halen. Uiteraard moeten we ze niet onderschatten, maar ook niet overschatten. De Rede hoort bij onze cultuur. Holle retoriek wordt beantwoord met snedige zinnen. Snap je waar ik heen wil?
Greet: Ik denk het wel. Je betoogt dat als we ze absolute vrijheid schenken en ze de ruimte binnen onze maatschappij geven, ze tot de Rede zullen komen en zelf in gaan zien dat onze geweldloze tolerantere manier van leven de juiste is. Wellicht zullen ze zelfs afstand nemen van hun ideologie.
Hannah: Voor iemand die me net nog uitmaakte voor knettergek heb je het goed begrepen. Vaak verlies je je hoofd in je woede en angst, en vergeet je de nuance. Als je ze blijft bestrijden komt het nooit goed. Als we ze volledig toelaten, binnen de kaders van onze maatschappij, komt het wellicht goed.
Greet: Tot mijn spijt moet ik bekennen dat je wederom gelijk hebt. Ik ben af en toe een heethoofd. Toch is wat je betoogt, ook al klinkt het solide, een utopie. Discriminatie is immers bij de wet verboden en niemand voelt er iets voor om hun levensomstandigheden te verbeteren. Bovendien willen ze zelf de dialoog niet aangaan, maar sturen altijd dezelfde woordvoerders die keer op keer hetzelfde verkondigen.
Hannah: Tijden veranderen evenals mensen veranderen. Het is nooit te laat Greet. Iedereen zal een handreiking moeten doen en de dialoog aangaan. Hier is alles bespreekbaar. Kom laten we gaan. Het wordt al licht.
*note Dit is een fictief dialoog tussen Geert Wilders (Greet) en Hannah Arendt (Hannah). De uitspraken van Greet zijn fictief en ten dele vrij naar zijn vele toespraken en schrijfsels. De uitspraken van Hannah Arendt zijn fictief en ten dele overgenomen uit nummer 08 (jaargang 1999) van Filosofie Magazine en het het boek De denkers; een intellectuele biografie van de twintigste eeuw.
Het beloofde een heftige avond worden. Greet had zich hevig verzet tegen een groter wordende groep nieuwkomers in de stad, die zich her en der in kleine hechte gemeenschappen hadden gevestigd. De kritiek van Greet werd door velen geridiculiseerd, slechts een kleine groep gaf haar gelijk. Over het algemeen zag men de nieuwkomers als een goede aanvulling op de beroepsbevolking en zolang ze zich maar niet teveel met alles bemoeiden konden ze rustig blijven.
Greet: Zeg mij waarom jij geen problemen hebt met deze nieuwe groep andersdenkenden in de stad. Het zijn harde werkers, maar houden zich heimelijk op in hun tenten en spreken openlijk hun walging uit over onze gebruiken en levenswijze. Het beste zou zijn dat ze allemaal vertrekken.
Hannah: Hun afkeuring is inderdaad een groot probleem, maar ik ben overtuigd van de Rede en geloof dat er een mogelijkheid moet zijn om met hen samen te kunnen leven.
Greet: Dat klinkt werkelijk absurd! Ze zijn niet voor rede vatbaar. Zij staan voor alles wat wij niet zijn, spuwen op onze straten en onteren onze principes!
Hannah: Toegegeven, het spuwen is een vulgaire gewoonte van primitieve woestijnbewoners. Toch moet je toegeven dat ook onder hun donkere rokken mensen schuilen. Jij staat net zo afkeurend ten opzichte van hen; Dat ze zich terugtrekken is niet meer dan logisch, wij doen hetzelfde. In het sociale leven hoort soort bij soort te zijn. Zo is de natuur der dingen en dat vindt men over het algemeen het prettigste. Wij gelijkdenkenden zoeken elkaar hier toch immers ook op. Je kan mensen niet forceren elkaar te respecteren of als gelijken te zien.
Greet: Ik kan het niet geloven. Jij neemt het op voor de gelukszoekers! Wat kunnen deze ongeletterden nu bijdragen aan onze maatschappij. De taal zijn ze nauwelijks machtig. Het wordt een grote puinhoop!
Hannah: Rustig. Je verwart twee begrippen. De ongeletterden en laag opgeleiden in deze stad hebben altijd al het werk gedaan. Werkenden "maken" slechts en bewijzen ons een dienst door ons taken uit handen te nemen. De echte arbeid wordt immers verricht door de geschoolden. Wij creëren. Wij scheppen. Wij zijn zelfs in staat om hun tentenkampen te vervangen voor mooie gebouwen. We zouden zelfs gebedshuizen voor hen op kunnen richten. Dan zou ook jij je niet langer ergeren aan de aanblik van de armoedige kampen.
Greet: Je bent scherp. Ik moet er inderdaad niet aan denken mijn tijd aan het huishouden te moeten besteden. Toch vind ik de suggestie dat we haatpaleizen neer gaan zetten, waar moord en doodslag wordt gepredikt tegen ons, volstrekt absurd!
Hannah: Hier was ik me niet van bewust, ik heb me nooit in hun religie verdiept. Maar zeker is dat er voor haat en geweld geen plaats is in de samenleving. Hier heerst de rede en in dat licht moet ik zeggen dat ik overhaast ben geweest over de gebedshuizen. Indien ze hun God willen aanbidden zullen ze dat thuis moeten doen. Binnen de eigen muren, in de privésfeer, mag men doen wat men wil.
Greet: Je bent te goed voor deze mensen. Jaloers zullen ze zijn op onze tempels en ze willen afbreken. Je predikt gelijkheid en toch weer niet. Je spreekt met gespleten tong.
Hannah: Nee zeker niet, maar blijkbaar is mijn boodschap je ontgaan. Voor haat is geen plek in onze samenleving. Onze religie en gebruiken prediken geen haat en vormen geen bedreiging voor de openbare orde. De vreedzame samenleving staat altijd voorop. Als hun geloof daarmee in strijd is, verdient het geen plaats en zijn we gedwongen om onderscheid te maken. Desalniettemin moeten wij altijd blijven waken hoe discriminatie beperkt kan blijven binnen de sociale sfeer waar zij legitiem is.
Greet: Verwarrend. Als ik het goed begrijp vind je het legitiem dat iemand, die zichzelf onderscheidt van de samenleving op grond van geloof of gebruiken, bepaalde rechten mag worden ontnomen als deze indruisen tegen onze normen en waarden?
Hannah: Juist! Ditmaal heb je bewezen een uitstekende toehoorder te zijn. In het openbare leven is discriminatie de norm en is iedereen anders. Burgers hebben zich te schikken naar de normen, waarden en wetten van de maatschappij en van hun baas. Alleen binnen de exclusiviteit van de privé-sfeer en hier op de Agora is plaats voor absolute vrijheid. Hier vindt het echte handelen plaats en dit mag niet beperkt worden. Hier bedrijven we de politiek en bestrijden elkaar geweldloos. Hier is iedereen gelijk.
Greet: Als je bedoelt dat ook de nieuwkomers deze sacrale plaats mogen komen bezoedelen met hun haat, ben je knettergek geworden! Ze zullen zeggen onderdrukt te worden en eisen gaan stellen. Ze zullen pogen ons politieke systeem om te buigen naar de hunne!
Hannah: Proberen een ander te overtuigen door de Rede is het goed recht van ieder mens. Onze wetten zijn helder. Bovendien zal het wel een tijd duren voor we ze hier mogen verwelkomen. Onderdrukte minderheden zijn immers nooit de beste beoordelaars en redenaars. Voor ze onze principes hebben doorgrond betwijfel ik of ze in staat zullen zijn om een pientere redenaar met een heldere geest te kunnen overtuigen van hun gelijk. Ze hebben nog heel wat in te halen. Uiteraard moeten we ze niet onderschatten, maar ook niet overschatten. De Rede hoort bij onze cultuur. Holle retoriek wordt beantwoord met snedige zinnen. Snap je waar ik heen wil?
Greet: Ik denk het wel. Je betoogt dat als we ze absolute vrijheid schenken en ze de ruimte binnen onze maatschappij geven, ze tot de Rede zullen komen en zelf in gaan zien dat onze geweldloze tolerantere manier van leven de juiste is. Wellicht zullen ze zelfs afstand nemen van hun ideologie.
Hannah: Voor iemand die me net nog uitmaakte voor knettergek heb je het goed begrepen. Vaak verlies je je hoofd in je woede en angst, en vergeet je de nuance. Als je ze blijft bestrijden komt het nooit goed. Als we ze volledig toelaten, binnen de kaders van onze maatschappij, komt het wellicht goed.
Greet: Tot mijn spijt moet ik bekennen dat je wederom gelijk hebt. Ik ben af en toe een heethoofd. Toch is wat je betoogt, ook al klinkt het solide, een utopie. Discriminatie is immers bij de wet verboden en niemand voelt er iets voor om hun levensomstandigheden te verbeteren. Bovendien willen ze zelf de dialoog niet aangaan, maar sturen altijd dezelfde woordvoerders die keer op keer hetzelfde verkondigen.
Hannah: Tijden veranderen evenals mensen veranderen. Het is nooit te laat Greet. Iedereen zal een handreiking moeten doen en de dialoog aangaan. Hier is alles bespreekbaar. Kom laten we gaan. Het wordt al licht.
*note Dit is een fictief dialoog tussen Geert Wilders (Greet) en Hannah Arendt (Hannah). De uitspraken van Greet zijn fictief en ten dele vrij naar zijn vele toespraken en schrijfsels. De uitspraken van Hannah Arendt zijn fictief en ten dele overgenomen uit nummer 08 (jaargang 1999) van Filosofie Magazine en het het boek De denkers; een intellectuele biografie van de twintigste eeuw.
Abonneren op:
Posts (Atom)

